De pensioencrisis binnen de FNV maakte de afgelopen weken weer duidelijk hoezeer het leiderschap van de bestuursvoorzitter bepalend is voor de manier waarop een organisatie zonder kleerscheuren door een crisis komt. Immers juist in zwaar weer wordt er een beroep gedaan op de managementvaardigheden van de leider. Dat geldt natuurlijk voor het managen van de situatie zelf. Maar juist ook in de communicatie met stakeholders en woordvoering namens de organisatie. ‘Duiken’ tijdens crisistijd mag geen optie zijn, maar gebeurt helaas te vaak.  Als de druk toeneemt, moet de leider opstaan en het voortouw nemen. Als het er op aan komt staat de bestuursvoorzitter vol in de wind en dat is ook zijn of haar rol in dergelijke situaties. Daarop is bovendien ook de beloning gebaseerd. Bij mislukking is het dan ook terecht dat daarop –na zorgvuldige evaluatie- wordt afgerekend.

In de praktijk blijkt in crisistijd dus pas echt of de bestuursvoorzitter geschikt is voor zijn rol. Het is de testcase voor leiderschap met als mogelijke uitkomsten dat de bestuursvoorzitter slaagt of door het ijs. Wie slaagt die blijft en wie zakt zal moeten bezien of verbeteren een reële optie is. Crisistijd vraagt dan ook om een behoorlijke dosis zelfkennis en beoordelingsvermogen van de voorzitter. Leiders staan er als het nodig is. Interessant om vanuit dit perspectief het leiderschap van Agnes Jongerius gedurende de afgelopen weken nog eens te bezien.

Frank Peters is managing director bij Porter Novelli Nederland.